Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.
Dat dit spreekwoord ook geldt in de muziekwereld behoeft niet veel uitleg. Elk instrument heeft zijn eigen karakter, zijn voorkeuren, zijn nukken...
In de traditionele kamermuziek zien we dat componisten toch vooral op zoek gaan naar gelijkenissen. Strijkkwartetten, blaaskwintetten en pianotrio's blijven netjes binnen de grote instrumentale families, een homogeen klankbeeld is het doel.